Begrippen van A tot Z
Korte uitleg van Zweedse woorden en begrippen die je op De Suecofiel en in het Zweedse nieuws tegenkomt.
A
- allemansrätten
- letterlijk ‘het allemansrecht’
- Het recht om vrij door de natuur te trekken, ook op andermans grond: je mag er wandelen, een nacht kamperen en bessen en paddenstoelen plukken, zolang je niets beschadigt en niemand stoort. Het staat sinds 1994 in de Zweedse grondwet.
F
- fika
- Een koffiepauze, meestal met iets lekkers erbij, zoals een kaneelbroodje. Fika is zowel een zelfstandig naamwoord als een werkwoord, en op veel werkplekken een vast moment van de dag.
- folkhemmet
- letterlijk ‘het volkshuis’
- Het beeld waarmee de sociaaldemocratische leider Per Albin Hansson in 1928 zijn ideaal beschreef: een samenleving waarin iedereen voor elkaar zorgt, zoals in een goed gezin. Het werd het symbool van de opbouw van de Zweedse verzorgingsstaat.
- fredagsmys
- letterlijk ‘vrijdaggezelligheid’
- Een rustige vrijdagavond thuis, vaak met chips, snoep of taco's voor de televisie.
H
- hen
- Een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord, naast hon (zij) en han (hij). Het wordt gebruikt als het geslacht onbekend of niet van belang is, of voor iemand die zich niet als man of vrouw identificeert. Sinds 2015 staat het in de woordenlijst van de Zweedse Academie, de Svenska Akademiens ordlista.
J
- jantelagen
- letterlijk ‘de wet van Jante’
- De ongeschreven regel dat je jezelf niet boven anderen moet stellen. De term komt uit een roman uit 1933 van de Deens-Noorse schrijver Aksel Sandemose en wordt in heel Scandinavië gebruikt.
- julbord
- letterlijk ‘de kersttafel’
- Een uitgebreid kerstbuffet met onder meer haring, zalm, kerstham, gehaktballetjes en Janssons frestelse, een ovenschotel van aardappel, ui en ingelegde sprot.
K
- kräftskiva
- letterlijk ‘het kreeftenfeest’
- Een zomers feest in augustus waarop rivierkreeftjes worden gegeten, met papieren hoedjes, lampionnen en drinkliedjes bij de borrel.
L
- lagom
- Precies genoeg: niet te veel en niet te weinig. Het woord geldt vaak als typerend voor de Zweedse mentaliteit. Het komt van het oude lag, ‘wet’ of ‘regel’, en betekende oorspronkelijk zoiets als ‘volgens de regel’. Het populaire verhaal dat het teruggaat op vikingen die een drinkhoorn ‘rond het gezelschap’ lieten gaan, is een fabel.
- landskap en län
- letterlijk ‘landstreek en provincie’
- Zweden kent twee indelingen. De 25 landskap zijn de historische landstreken, zoals Skåne, Småland en Lappland, met eigen dialecten en tradities. De 21 län zijn de bestuurlijke provincies.
M
- Moder Svea
- ‘Moeder Svea’: de vrouwelijke personificatie van Zweden, meestal afgebeeld als strijdbare vrouw met een schild. Ze staat ook in het logo van De Suecofiel; lees meer.
N
- Norrland
- letterlijk ‘het noordland’
- Het noordelijke deel van Zweden: ongeveer drie vijfde van de oppervlakte, maar slechts een klein deel van de bevolking. Het is het land van uitgestrekte bossen, rivieren en mijnen, en het woongebied van de Samen.
O
- offentlighetsprincipen
- letterlijk ‘het openbaarheidsbeginsel’
- Het recht van iedereen om officiële documenten van de overheid in te zien. Het werd al in 1766 vastgelegd, samen met de vrijheid van drukpers, en geldt als een hoeksteen van de Zweedse democratie.
P
- personnummer
- letterlijk ‘het persoonsnummer’
- Het persoonlijke identificatienummer dat iedere inwoner krijgt: de geboortedatum plus vier cijfers. Het wordt bijna overal gebruikt, van de zorg tot de bibliotheek.
R
- Riksdag
- letterlijk ‘de rijksdag’
- Het Zweedse parlement, met 349 leden die om de vier jaar worden gekozen. Het zetelt op het eiland Helgeandsholmen in het centrum van Stockholm.
S
- sambo
- Een partner met wie je ongehuwd samenwoont; samengetrokken uit sammanboende, ‘samenwonende’. Samenwonen zonder te trouwen is in Zweden heel gewoon, en de sambolag regelt onder meer wat er bij een scheiding met de gezamenlijke woning gebeurt.
- skärgård
- De archipels van duizenden eilandjes en rotsen voor de kust, zoals bij Stockholm en Göteborg. In het Nederlands heet zo'n kust een scherenkust.
- stormaktstiden
- letterlijk ‘de grootmachtstijd’
- De periode waarin Zweden een Europese grootmacht was en het gebied rond de Oostzee beheerste, ruwweg van 1611 tot 1718: van het aantreden van Gustav II Adolf tot de dood van Karel XII. Na de Grote Noordse Oorlog verloor Zweden die positie. Zie ook de tijdlijn.
- stuga
- letterlijk ‘het huisje’
- Een huisje, vaak een eenvoudig houten zomerhuisje (sommarstuga), van oudsher in de kenmerkende rode kleur van de verf Falu rödfärg.
- Svenska Akademien
- letterlijk ‘de Zweedse Academie’
- Het instituut voor de Zweedse taal en literatuur, in 1786 opgericht door koning Gustav III naar het voorbeeld van de Académie française. Het telt achttien leden. De Academie kiest elk jaar de winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur en geeft de woordenlijst Svenska Akademiens ordlista uit.
- Systembolaget
- De winkelketen van de staat met het alleenrecht op de verkoop van dranken met meer dan 3,5 procent alcohol. Wie er wil kopen, moet minstens 20 jaar oud zijn.
T
- Tre kronor
- letterlijk ‘drie kronen’
- De drie kronen uit het Zweedse rijkswapen, al sinds de middeleeuwen een symbool van het land. Het is ook de bijnaam van het nationale ijshockeyteam.